|
donderdag, 19 augustus 2010 12:39 |
|
Over plannen en subsidies
Het is een argument dat heel vaak wordt gebruikt. Door gemeentebesturen (zoals in Valkenburg). Door plannenmakers (zoals de stichting Kasteel van Valkenburg). Door projectontwikkelaars.
"We moeten snel een beslissing nemen anders lopen we een aanzienlijke subsidie mis".
Het is een argument dat de belastingbetalende burger wellicht aanspreekt, maar het is ook een argument dat meestal gebruikt wordt om een slecht of verkeerd plan er doorheen te drukken.
Neem het geval van de gemeente Valkenburg aan de Geul. Daar schermt de burgemeester steeds met de miljoenen euro's aan provinciale subsidies, die de gemeente mis loopt wanneer er niet snel (en vooral zonder protesten van burgers en ondernemers) beslissingen worden genomen over het centrumplan. Het gemeentebestuur gaat zelfs zo ver dat de gemeenteraad pas in het diepste geheim ingelicht is over de voorwaarden, waaronder de provincie bereid is die subsidie te verstrekken.
Dat is weer aanleiding voor enkele statenleden om opheldering te vragen aan de verantwoordelijke deputé. Die op zijn beurt zegt dat er niets geheims aan de hand is, maar dat hij ook zijn vragen stelt bij wat in Valkenburg nu eigenlijk wel speelt. (Wordt vervolgd eind september).
Of neem het voorbeeld van de nieuwe entree voor de Kasteelruïne van Valkenburg. Ook daar schermt het stichtingsbestuur permanent met het half miljoen euro's aan subsidies vanuit Brussel, die men mis zal lopen als er niet heel snel met bouwen zal worden begonnen. Flauwekul, natuurlijk. Voor een goed, gedegen plan, dat gedragen wordt door iedereen (omwonenden, culturele en archeologische instanties, gemeentebestuur, burgers, enzovoort) zal altijd een potje in Brussel te vinden zijn, waaruit een aanmerkelijk subsidiebedrag betaald zal worden.
In Zuid-Limburg zijn voorbeelden genoeg te vinden van slechte plannen, in alle haast uitgevoerd, om maar vooral geen subsidie mis te lopen. Ik memoreer hier graag de woorden van oud-burgemeester Constant Nuytens: "Voor een goed plan is altijd geld beschikbaar".
Maar het begint allemaal met een goed plan. Een onderbouwd plan. Een plan dat breed gedragen wordt. Geen wild idee. Geen hobby van een burgemeester of een stichtingsbestuur. Geen plan waarmee men een groot deel van de bevolking op de kast jaagt.
En ook hier geldt weer: openheid, eerlijkheid, communiceren met alle betrokkenen.
Helaas, op die punten laten zowel de gemeentelijke overheid als het bestuur van de Kasteelstichting ernstige steken vallen.
Martin Huppertz |